Overig nieuws

Van onderzoek tot uitvoering: ecologie langs een hoogspanningstracé

15-10-2026 | Ecologie

In Noord-Brabant en een stukje Zeeland wordt een nieuwe hoogspanningsverbinding gerealiseerd tussen Rilland (Zeeland) en Tilburg. Wij verzorgen voor Strukton Civiel Nederland de ecologische begeleiding tijdens de aanleg van de mastfundaties tussen Rilland en Moerdijk. Een veelzijdige klus, met maar liefst 97 mastlocaties en 125 werkterreinen! Hieronder lees je hoe we zo’n groot project aanpakken en wat er binnen dit project speelt.

De start van een groot project betekent: goed inlezen en oriënteren

Het uitvoeren van ecologische begeleiding bij een groot infrastructureel project als dit, vereist een goede voorbereiding. Daarom lezen onze adviseurs zich eerst goed in. Wat gaat er gebeuren, wanneer wordt er gewerkt, met welk materieel en waar precies? Welke natuuronderzoeken zijn er al uitgevoerd, zijn er vergunningen verkregen en mist er nog informatie? 

De opdrachtgever, in dit geval TenneT, is binnen dit type projecten verantwoordelijk voor het regelen van vergunningen. Daar hebben zij immers belang bij. Zonder vergunning kan een project namelijk vaak niet van start. 

Het verkrijgen van vergunningen kost veel tijd, vanaf het moment van aanvragen kan dit zomaar meer dan een half jaar duren. Voordat je je vergunning kunt aanvragen moet je ook al je ecologisch vooronderzoek gedaan hebben. Zo moet je bijvoorbeeld weten hoeveel individuen van een bepaalde soort nadelige gevolgen ondervinden van de geplande activiteit. 

Voor vleermuizen lopen deze onderzoeken van december (in het geval van potentiële (massa)winterverblijfplaatsen) tot en met november. Zo ben je al snel meer dan een jaar verder! Mocht er nog wat missen dan is het dus van groot belang dit zo snel mogelijk aan te geven zodat er naar een oplossing gezocht kan worden. 

Poelkikker Driedoornige stekelbaars Takkenhoop in aanbouw, met een alternatieve verblijfplaats voor de boommarter in het midden Alternatieve boommarterkast

Veldbezoeken, overleggen en het ecologisch werkprotocol opstellen

Nadat onze adviseurs goed bekend zijn met het project, is het natuurlijk van belang de toekomstige werkterreinen ook zelf te bezoeken. Voor dit project zijn een aantal specifieke werkterrein bezocht waar aanvullende informatie over nodig was. Soms gaat er iemand van de uitvoering mee bij zo’n veldinspectie om extra informatie te verschaffen ter plaatse. 

Ook denken we mee over de invulling van de benodigde mitigerende maatregelen om gevolgen voor beschermde soorten en/of natuurgebieden te voorkomen, beperken of compenseren. Wat zijn bijvoorbeeld de beste plekken voor vleermuiskasten en nestmanden voor roofvogels? Waar kan een amfibieënscherm ter bescherming van de poelkikker het beste worden aangelegd en waar moeten gevangen exemplaren weer uitgezet worden? 

Alle verzamelde informatie wordt gebundeld in het ecologisch werkprotocol. Hier kan de uitvoerder gemakkelijk terugzien waar aanwezige beschermde diersoorten en beschermde gebieden aanwezig zijn en, het belangrijkste, welke maatregelen er waar getroffen dienen te worden. Ook alle verplichte voorschriften uit de omgevingsvergunningen nemen we hierin op. Door dit document aan te houden, wordt er dus gewerkt binnen de wettelijke kaders. Het opstellen en ter plaatse hebben van zo’n ecologisch werkprotocol is overigens vaak verplicht vanuit vergunningen, wat in dit geval ook zo was.

Van start: ecologische begeleiding tijdens de uitvoering

Als het project klaar is om van start te gaan, is het tijd om de werkterreinen ecologisch vrij te geven. Op sommige locaties moeten er voor dit project eerst beschermde poelkikkers afgevangen worden. Pas wanneer na meerdere dagen (bij goed weer) er geen poelkikkers gevangen zijn, mogen we het werkterrein vrijgeven. 

Op andere locaties is het van belang dat alle artificiële verblijfplaatsen die ter compensatie worden opgehangen voor vleermuizen, boommarters en de steenuil, al voor de start van de uitvoering opgehangen zijn. Hiervoor wordt ook een wenperiode aangehouden. Hierna kan er pas gestart worden op deze werkterreinen waarbij we deze ook pas na een ecologische inspectie kunnen vrijgeven. 

In het activiteitenplan van TenneT is opgenomen dat er een monitoring van de compenserende maatregelen wordt uitgevoerd. Onze nieuwe stagiair Thijs heeft de leuke opdracht gekregen om de artificiële verblijfplaatsen voor de boommarter het komende halfjaar te monitoren. Daarna wordt de monitoring jaarlijks voortgezet. Zo houden we niet alleen tijdens de uitvoering oog voor de natuur, maar leren we ook steeds meer over het effect van de maatregelen die we toepassen. En daar kunnen we bij toekomstige projecten weer van leren!

Realisatie van de mastfundering Realisatie van een nieuwe mast op de fundering Realisatie van een nieuwe mast op de fundering Realisatie van de mastfundering

Meer weten?

Bent u op zoek naar iemand die de ecologische begeleiding uit kan voeren binnen uw project? Neem dan contact op met Jan Janse onze teamleider Ecologie, wij zijn u graag van dienst!

Stuur Jan Janse een bericht

Jan Janse